Weissensee 2003

200 km in 09:19u.

Deze tocht werd onder prachtige omstandigheden gereden. Het was bij de start nog weliswaar een beetje fris, maar na een paar uurtjes kwam de zon erbij en werd het aangenaam. Ik heb heerlijk mijn rondjes kunnen rijden en was er van overtuigd dat ik de tocht uit zou rijden en wellicht met een persoonlijk record. Na de middag wordt het even afzien en ga ik rekenen of het nog wel lukt. Steeds voldoende eten, drinken en stempelen. Ik schaats zelf meestal in mijn eentje en niet in een groep. Ik vind dat prettiger en ook een stuk veiliger. Zeker in een groep kan je voorganger je aardig onderuit halen als deze valt. En dan zijn de gevolgen niet te overzien. Meestal val ik zo’n twee a drie keer in een tocht. Het heeft toch te maken met concentratie. Je kan niet 10 uur lang blijven staren naar dat ijs. ’s Nachts droom je er nog van.
Dan ga ik mijn laatste rondje in. Ik zie op de klok dat het een mooie tijd gaat worden. Rekenen, rekenen, ga ik een persoonlijk record neerzetten of niet ? Ik voel me goed en pik aan achter een groepje wat net iets sneller gaat. Goed voor wat tijdwinst, maar na een 20 minuten haak ik af. Het voelt niet goed. Ik zie me al liggen en denk dan:”Die paar minuten, so what !” Ik rijd op eigen kracht naar de finish.
09.19u staat er op de klok. Ruim een uur sneller als vorig jaar. Ik kom voldaan over de finish en hoor de speaker roepen;”Tonnie Raemakers uit Oosterhout, heeft het weer gered.” Voldaan zit ik op het bankje en we gaan naar het hotel, voor de bekende warme douche en heel, heel, heel veel nagepraat over mijn persoonlijk record. Tevreden zitten we aan ons welverdiende biertje. Het smaakt erg goed, na zo’n inspanning. Volgend jaar weer een tocht.